Carol Reed



Carol Reed, zoon van acteur-manager Sir Herbert Beerbohm Tree (°28/01/1852, + 02/07/1917) en (Beatrice) May Pinney (°23/05/1871) wou eigenlijk landbouwer worden. Na het afwerken van zijn studies aan de King’s School van Canterbury stuurden zijn ouders hem naar de Verenigde Staten om er op een grote kippenboerderij kennis te maken met de stiel. Maar Reed had ook interesse in toneel en na zes maand stond hij terug thuis.
Hij maakte zijn Londens debuut in 1924 als lid van het theatergezelschap van Dame Sybil Thorndyke maar veel meer dan wat kleine rolletjes had men niet voor hem.
In 1927 werd hij de persoonlijke assistent van de toen heel populaire schrijver Edgar Wallace (British Lion Films) die voornamelijk thrillers schreef. Op die manier was Reed heel nauw betrokken bij het proces waarbij een verhaal/boek/thriller omgevormd werd tot bijvoorbeeld een toneelstuk.
Begin de jaren ’30 schakelde hij over naar film, hij kwam in contact met Basil Dean die de Associated Talking Pictures (later omgevormd tot de Ealing Studios) had opgericht en die bezorgde hem zijn eerste opdrachten voor zowel theater als film. Aanvankelijk als regisseur specifiek voor de dialogen, daarna als producent/regisseur tot hij in 1935 volwaardig regisseur werd en met Midshipman Easy zijn regiedebuut maakte.
In zijn beginperiode maakte hij films met een kleiner budget en een beperkte release. Maar gaandeweg werden de films beter en kenden ze een groter bereik. Hij maakte films als Bank Holiday/Three on a Weekend (1938), The Stars Look Down, een film over de zoon van een mijnwerker die in de politiek terechtkomt, Night Train to Munich/Night Train, Kipps/The Remarkable Mr. Kipps die was gebaseerd op de roman van H.G. Wells en The Young Mr. Pin.
Reed beleefde het hoogtepunt van zijn carrière in de jaren ’40 waarbij hij in één adem werd genoemd met David Lean en Michael Powell. Die piek in zijn carrière kwam er dank zij films als het drama Odd Man Out (1947), een film over de vlucht en de laatste uren van een IRA-strijder. Het grote succes van Odd Man Out zorgde voor een contract met Alexander Korda waar Reed vijf films voor maakte. The Fallen Idol, een intelligent drama over de wereld van de volwassenen gezien door de ogen van een kind, was de eerste. Daarna volgde The Third Man, zijn ongetwijfeld gekendste film en volgens velen een meesterwerk. De film speelt zich af in de na-oorlogse periode van Wenen, ook al met een scenario dat geschreven werd door Graham Greene. Outcast of the Island, gebaseerd op het verhaal van Joseph Conrad, bleek dan weer een buitenbeetje gelet op de seksuele geladenheid ervan. Ook het drama The Man Between (1953) dat zich afspeelt in het naoorlogse Berlijn was succesvol.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte Reed deel uit van de Britse film unit/de Army Kinematograph Service waarbij hij als regisseur de korte (propaganda-)film A Letter from Home (1941) maakte alsook de kortfilm The New Lot (1942), een soort van trainingsfilm voor nieuwe rekruten.
Die laatste was zo succesvol dat hij de kans kreeg om een langspeelfilm te maken rond hetzelfde thema en dat werd de oorlogsfilm The Way Ahead met David Niven die uitgroeide tot één van de beste non-fictie films uit de oorlogsperiode. En dan was er nog de compilatie-documentaire The True Glory (1945) over het verloop van de oorlog van D-Day tot VE-day (de dag dat Duitsland officieel capituleerde). Die maakte hij met Garson Kanin met als basis beeldmateriaal gemaakt door cameramensen van de geallieerde troepen. De film won een Oscar maar het waren The Governments of Great Britain and the United States of America die het beeldje officieel op hun naam kregen.
In 1952 werd Carol Reed tot ridder geslagen omwille van zijn bijdrage aan de Britse filmindustrie en werd hij dus Sir Carol Reed.
Hierna werden de films die hij maakte niet alleen minder talrijk, ze stelden in de meeste gevallen ook teleur, ondanks het feit dat ze gemaakt werden voor de grote Hollywood-filmstudio’s en de budgetten een stuk groter waren. Reed werd verweten dat hij in deze fase van zijn carrière zijn oog voor detail en sfeer in de film kwijtraakte met als extra pijnpunt dat technische onvolkomenheden in zijn films de kop opstaken.
In 1962 leek hij nog een unieke kans te krijgen toen hij als regisseur begon aan Mutiny on the Bounty maar lang duurde het niet tot hij vervangen werd door Lewis Milestone.
In 1968 won Reed dan toch nog een Oscar met de film Oliver! (uitgereikt in 1969). Het is overigens Reed's neef Oliver Reed die de rol van Bill Sykes speelt in deze film.
Carol Reed gaf maar zelden interviews en schuwde publiciteit en aandacht door de media.
Hij trouwde twee keer. Een eerste keer in 1943 met actrice Diana Wynyard (vier jaar later in 1947 terug gescheiden). Zijn tweede echtgenote, de actrice Penelope Dudley Ward, kreeg zijn ja-woord in 1948. Zij was de gewezen schoondochter van Fay Compton. De twee kregen één zoon, Reed bleef gehuwd met Ward tot aan zijn dood. De dochter van Penelope uit haar eerste huwelijk met Anthony Pelissier, Tracy (°1942), huwde in oktober 1959 met acteur Edward Fox. Carol Reed had ook een affaire met schrijfster Daphne du Maurier.
| Oscars ® 1969 | Gewonnen | Regie | Oliver! |
| Oscars ® 1951 | Genomineerd | Regie | The Third Man |
| Oscars ® 1950 | Genomineerd | Regie | The Fallen Idol |
- "His career demonstrates that a director who limits himself to solving technical problems quikly lapses into the decadence of the inappropriate effect." (Andrew Sarris, 1968.