Film Fest Reviews (9)
In Gent mag het Film Fest terug voor een jaartje de kast in, nadat de filmfestiviteiten gisteren werden afgesloten met de uitreiking van de World Soundtrack Awards. Hier is alvast nog een - laatste - overzicht van films die we op het festival zagen. Een meer dan geslaagde editie trouwens, en we kijken nu al uit naar editie 41.
The Retrieval
Met een klein budget en fondsenwerving een prent maken die toch beklijft en boeiend blijft: het is een gave die de Amerikaan Chris Eska duidelijk bezit. Zes jaar na zijn op diverse Amerikaanse festivals gelauwerd debuut August Evening vond hij de middelen voor opvolger The Retrieval. Een coming of age drama gesitueerd tijdens de Amerikaanse burgeroorlog, volledig gezien door de ogen van de dertienjarige Will (debutant Ashton Sanders), een zwarte slaaf die samen met Marcus (Keshton John) in opdracht van een blanke premiejager andere slaven opspoort. Doen ze dat niet, dan worden ze neergeschoten of misschien zelfs in reepjes gesneden: veel keus heeft het tweetal dus eigenlijk niet. Hun nieuwe doelwit is Nate (Tishuan Scott) die ze meelokken met de smoes dat zijn broer stervend is en hem nog een keer wil zien. Tijdens de tocht groeit er een band tussen Will en Nathan, die in elkaar een ersatz vader/zoon vinden. The Retrieval blijft vooral boeien door de aandacht voor kleine details. Zo is de kale Texaanse setting met moerassen, korenvelden en dorre struiken uitstekend gekozen, zijn de dialogen sereen en rustig, en de vertolkingen sterk en genuanceerd. Meer moet dat niet zijn om anderhalfuur lang mee te zijn met Eska’s trefzeker drama. De schaarse actiescènes werden trouwens uitgevoerd door mensen die in hun vrije tijd ook veldslagen van de Amerikaanse burgeroorlog naspelen. Creatief filmmaken heet zoiets, en hopelijk hebben we van Eska het laatste nog niet gezien. En vindt The Retrieval ook buiten het festivalcircuit een publiek. (***/93’)
Kelly + Victor
De Welshe auteur Niall Griffits staat volgens goed welingelichte bronnen bekend als de Welshe Irvin Welsh. Waaruit we kunnen afleiden dat het oeuvre van de man zo goed als zeker dolende zielen, rauwe seks, vuile woorden, drugsgebruik en brutaal geweld bevat. De verfilming van zijn in 2002 verschenen roman Kelly & Victor staaft die vermoedens, al ontdekt documentairefilmer Keiran Evans in zijn langspeeldebuut ook de gevoelige kant van Griffiths roman. Kelly en Victor zijn twee twintigers die elkaar ontmoeten in een nachtclub in Liverpool, en de vonken slaan onmiddellijk over. Tijdens hun eerste nacht samen hebben ze al meteen passionele seks, en blijkt dat Kelly niet vies is van wurgseks en andere kinky stuff. Dat aspect van hun relatie blijkt net wat de twee nodig hebben als tegengif voor de vaak troosteloze eenzaamheid van het alledaagse leven. Een drama over wurgseks dus (en dat zonder INXS op de soundtrack), maar uiteraard is er meer aan de hand: Evans schetst ook de weinig fleurige leefomstandigheden van het duo (vooral Kelly heeft nogal wat persoonlijke demonen te geselen) en toont aan dat de seks tussen Kelly en Victor evenzeer remedie is als noodzaak. Er mag dan nogal wat blotelijvengewriemel zijn, Kelly + Victor is in de eerste plaats een (sociaal) drama waarin de hartzeer wordt afgewisseld met plattelandsnapshots die voor een poëtische ondertoon zorgen. Een prent die zowel teder als rauw wil zijn dus, en misschien net daarom tussen twee stoelen valt. Evans bewijst weliswaar dat hij kan filmen en sfeer evoceren, maar slaagt er jammer genoeg niet in om – in tegenstelling tot zijn beide hoofdpersonages – echt naar de keel te grijpen. (**/94’)
Short Term 12
Bij sommige films voel je dat er uit de buik en uit het hart wordt gefilmd: Short Term 12 is er zo een. Dat scenarist/regisseur Destin Cretton zich baseerde op zijn eigen ervaringen als verzorger in een instelling voor getroebleerde jongeren, voel je al van de eerste scène. Waarachtige dialogen, een observerend oog voor detail en geloofwaardige personages: Cretton serveert anderhalfuur lang een (weliswaar gestuurde) echtheid waarnaar het in veel andere American Independents ver zoeken is. Cretton draaide in 2008 al een kortfilm van twintig minuten over zijn perikelen in een jeugdinstelling, en diept het nu verder uit tot speelfilmlengte. Het ankerpunt is Grace (zonder twijfel dé doorbraakrol voor Brie Larson) die de leiding heeft over een verzorgploeg in een opvangtehuis voor tieners die het vaak zonder opvoeding of ouderlijke steun (en in de ergste gevallen zelfs met misbruik) moeten stellen. Via haar relatie met de jongeren en met haar collega’s schetst Cretton een karaktergestuurd drama dat zowel de ‘probleemjongeren’ als de mensen die hen opvangen een naam en gezicht geeft, en ook de hardheid van de bureaucratische regels niet schuwt. Wat allemaal prekeriger klinkt dan het is: Short Term 12 is in de eerste plaats een goed geschreven, geregisseerde en geacteerde crowd pleaser waarin vingergewijs en duiding zonder drammerigheid voortvloeien uit de natuurlijke scenarioflow. En waarin ademt wat moet ademen, pijn doet wat pijn moet doen en lachen écht deugd doet. Dat alles zonder vals sentiment: geen wonder dat Short Term 12 een spoor van superlatieven nalaat. (***/96’)
Night Moves
Cineaste Kelly Reichardt is een graag geziene gast in thuisbioscoopkasten die onder de letter P een plaatsje vrijhouden voor Poëtische Impressies. Minimalistische observatiefilms als Old Joy en Wendy & Lucy gedijen daar immers goed, maar nu Reichardt probeert om ook de Plot te charmeren, heeft ze het moeilijker om te bekoren. Aan diversiteit nochtans geen gebrek: nadat ze met Meek’s Cutoff een western afleverde, laat ze haar personages ditmaal hun weg zoeken binnen de krijtlijnen van een ecologische thriller. Night Moves haalt de mosterd bij het bij ‘ecofundamentalisten’ populaire boek The Monkey Wrench Gang dat in 1975 werd geschreven door Edward Abbey, een auteur die naast zijn voorliefde voor de open natuur ook bekend stond om zijn anarchistisch gedachtegoed. Een combinatie die koren op de molen is van de drie personages die Reichardt introduceert. Josh (Jesse Eisenberg), Dena (Dakota Fanning) en Harmon (Peter Sarsgaard) vatten – uit liefde voor de natuur en verzet tegen het allesverpletterende kapitalisme – het plan op om een hydro-elektrische dam op te blazen. Hun manier om terug zalm te laten zwemmen in een gebied waar nu vooral golfvelden liggen. Daar Reichardt niet de dame is van grote woorden blijft het trio mysterieus en enigmatisch, zelfs nadat hun geslaagde actie helaas een onschuldig slachtoffer eist. Of eigenlijk twee, want samen met de dam gaat ook de film de dieperik in. Het ‘schuld en boete’-spel is minder boeiend dan de voorbereiding van de aanslag, en Reichardt verliest na verloop van tijd zelfs de ecologische boodschap uit het oog en rondt af met een ontknoping die even goed de weerslag kon zijn van een mislukte bankoverval. Een interessant eerste uur gevolgd door een teleurstellend tweede: geen wonder dat Night Moves vrede moet nemen met een aanlegplaats aan de tweesterrenpier. (**/112’)
Eigenlijk zouden we eerbied moeten hebben voor het lef van Kimberly Peirce. Een remake durven draaien van Brian De Palma’s iconische Stephen King-verfilming uit 1976, een film die om ontelbaar veel redenen ongenaakbaar is (regie, vertolkingen, muziek, lef en visie zijn er daar vijf van) … ballen heeft ze. Eerdere berichten dat Carrie anno 2013 geen remake zou zijn van De Palma’s meesterwerk, maar een nieuwe verfilming van Kings roman deden verhopen dat het misschien toch goed zat, maar dat bleek ijdele hoop. Het handvol nieuwe accenten dat Peirce uit Kings boek haalde (de geboorte van Carrie, de meteorietenregen) doen niets af aan het feit dat dit helaas een vogel voor de kat-versie is die het origineel te slaafs volgt. Alle tot het algemene Hollywooderfgoed behorende scènes krijgen een nieuw pak aangemeten. Nochtans zat er nog geen sleet op de fantasmorgasmische regie, hartverscheurende muziek of bij het nekvel grijpende mokerslagen die zevenendertig jaar terug het levenslicht zagen. En Chloe Grace Moretz is – hoe graag ze het zou willen en hoe eigen ze zich de rol mag maken – ook geen spek voor Sissy Spaceks bek. Ruw aan de haak gewogen laat deze Carrie zich tot op zekere hoogte degelijk noemen, maar degelijk is ditmaal niet genoeg. Integendeel. Het is vooral erg te moeten constateren dat een hele generatie gaat opgroeien met deze carbon copy en misschien niet eens de klassieker uit 1976 heeft gezien: heiligschennis waar zelfs de deur van Het Verborgene niet voor open zwaait. Een mens zou voor minder de trofee voor de meest overbodige film van 2013 van stal halen … (**/99’)