Butch and Sundance: The Earl Days
acteur/actrice (9)
regisseur (1)
producent (3)
director of photography (1)
scenarist (1)
componist (1)
Op zich kan je er Butch and Sundance: The Early Days niet van beschuldigen niet entertainend te zijn. Alleen … het smaakt naar niets.
Tien jaar na het fijne Butch Cassidy and the Sundance Kid dachten ze bij Twentieth Century Fox dat een opvolger op die viervoudige Oscarwinnaar best ook wel eens zou kunnen scoren. Een echt vervolg behoorde niet echt tot de mogelijkheden. Niet zozeer omdat beide titelpersonages geacht werden dood te zijn, maar vooral omdat noch Redford noch Newman te paaien waren om die rollen nog eens te vertolken. Beide mannen waren niet echt sequelminded, al maakte Newman wel twee keer een uitzondering daar hij zowel Lew Harper als Eddie Felson twee keer tot leven wist te wekken. Maar zonder Redford en Newman dus geen commercieel slagvaardige Butch and Sundance: The Adventure Continues, dat wisten ze bij Fox ook wel. En daarmee hadden ze een streepje voor op Universal dat het een paar jaar later op de bek ging met hun supersterloze sequel op The Sting.
Wat Fox wel deed was een prequel financieren. Eentje waarvoor Newman en Redford niet nodig waren, daar het verhaal waarin beide outlaws elkaar leren kennen zich ettelijke jaren afspeelt voor de confrontatie in Bolivia die in 1969 filmgeschiedenis schreef. En het moet gezegd: castinglegendes Jane Feinberg en Mike Fenton vonden met Tom Berenger en William Katt twee acteurs die geloofwaardig zijn als de jongere alter ego’s van Newman en Redford. Daar zijn het dan ook legendes voor natuurlijk. De twee spreekwoordelijke druppels water zijn niet veraf.
Helaas lijkt Butch and Sundance: The Early Days niet als twee druppels water op Butch Cassidy and The Sundance Kid. Wat in de handen van George Roy Hill uitgroeide tot sterk entertainment, doet dat bij Richard Lester niet. Nochtans had Lester al in verschillende genres bewezen een begenadigd vakman te zijn: Britse nieuwe golf-films met en zonder Beatles, slapstickavonturen met drie en vier musketiers, een terroristenthriller, een revisionistische kijk op Robin Hood … waarom dan ook geen western? En dan moesten zijn Superman-films nog komen. Maar de vroege dagen van Butch en Sundance blijken het zwakke broertje te zijn in dit carambolesk lijstje. Dat Lester zelf had toegegeven geen affiniteit te hebben met het westerngenre en zelfs nog nooit een cowboyfilm had gezien, tot daar aan toe. De hamvraag is eerder waarom Lesters laconieke en vaak tegendraadse humorstempel hier bijna niet te bespeuren is. Inmenging van de studio of toch een gebrek aan goesting of inspiratie?
Ook de plot is niet echt vlot: Oscarwinnaar William Goldman staat weliswaar mee op de generiek als producent, maar dat zal eerder een financiële kwestie dan een creatieve zijn geweest. Het script werd ditmaal geschreven door Alan Burns, die vooral voor televisie actief was. Maar wel een Oscarnominatie kreeg voor zijn bijdrage aan het script van het eveneens in 1979 uitgebrachte A Little Romance, een film die ironisch genoeg door Hill is geregisseerd.
The Early Days raakt nooit echt uit de startblokken: zowel de erfenis van de échte Butch Cassidy and The Sundance Kid als het gevoel annex de wetenschap dat Lester veel beter kan ligt als een zwaar deken over de film en dreigt zelfs de momenten die wel werken te verstikken. Waardoor deze prent zich uiteindelijk slechts tijdens de finale treinkaping in het laatste kwartier in een min of meer comfortabele plooi weet te nestelen. Maar dat is veel te laat. Dus ja… Butch and Sundance: The Early Days’ grootste verdienste blijkt uiteindelijk te zijn dat de acteurs goed lijken op de voorbeelden die ze imiteren. Voldoening schenken doet dat amper.