Fair Play
Blu-ray-/dvd-verdeler/streamingdienst (1)
acteur/actrice (8)
regisseur (1)
producent (5)
uitvoerend producent (4)
director of photography (1)
scenarist (1)
beeldmonteur (1)
productieontwerper (1)
kostuumontwerper (1)
componist (1)
Greed is good wist Gordon Gekko in 1987 wereldkundig te maken, maar greed is ook een beetje zoals het eerste deel van zijn familienaam, zo blijkt. Niet dat het langspeeldebuut van Chloe Domont als eerste die boodschap brengt, maar ze prikt de zotte wonde wel met een etterende precisie open.
De wereld van hefboomfondsen en aanverwante grootgeldverschuivers blijkt een ideale biotoop om het economisch cynisme van Oliver Stones Wall Street te koppelen aan relationele amputaties, opgefokte sociale druk en egocentrische erupties. Welcome to the pleasuredome. De marketingmachine knipoogt zelfs naar Fifty Shades of Grey, maar die knip mag je als faux advertising zien. Er wordt af en toe wel eens gerampetampt en Phoebe Dynevor maakt zich het het stamina van Dakota Johnson eigen, maar daar houdt de vergelijking eigenlijk op. Het is trouwens wat oneervol om een goede film als Fair Play te vergelijken met een snurkflurkfestijn als Fifty Shades of Grey. Een goede film dus deze Fair Play? Jawel hoor. Niet iedereen zal het stug-cynische einde weten te smaken, maar wie aan het eind van deze steekspelfilm een lang en gelukkig-slotakkoord verwacht was het anderhalf uur daarvoor niet echt bij de les.
Emily (Dynevor) en Luke (Alden Ehrenreich) werken beide als analisten bij een financiële grootmacht waar ze jongleren met bedrijven die koop- en verkoopbaar zijn voor en door vaak gewetenloze conglomeraten. Ze hebben ook een passionele relatie en zijn zelfs officieel verloofd, maar dat mag niet geweten zijn op de werkvloer. En dan komt de kwade dag waarop Emily plots promotie krijgt en als portfoliomanager een hogere functie heeft dan Luke. De barsten in hun onderlinge verstandhouding – zowel privé als professioneel – die daardoor ontstaan zorgen voor een fijn geobserveerde karakterthriller waarin zowel met een scalpel wordt gesneden als met een mokerhamer wordt geplet.
Domont laat met haar gitzwarte ontrafeling van liefde in tijden van kapitalistische cholera de mentale ondergang van haar hoofdpersonages vonken en vuren. Het resultaat is een hybride tussen Wall Street light en Glengarry Glen Ross light, met tijdens de mindere momenten misschien een paar manipulatieve uitschuivers, maar met tijdens de goede tot uitstekende momenten genoeg azijnmwuhaha’s om met volle teugen te genieten van het moddertaartmaken in de drijfzandbak waar Domont haar personages laat interageren. De scherpe vertolkingen van Dynevor en Ehrenreich zorgen voor extra filmisch vertier, net als Eddie Marsan dat doet helemaal bovenaan de spuwende machtspiramide waar Domont hem heeft neergepoot.
Wie geen boodschap heeft aan (hedendaagse) sociale of maatschappelijke issues … geen nood: gewoon fan zijn van andermans verkrampte miserie volstaat om Fair Play met een demonisch genoegen binnen te lepelen. Al kan je het allemaal ook gewoon om te bleiten vinden. Interpretatie, je kan er alle kanten mee uit.