Ice Cream Man
acteur/actrice (6)
regisseur (1)
producent (4)
uitvoerend producent (13)
director of photography (1)
scenarist (2)
beeldmonteur (1)
productieontwerper (1)
kostuumontwerper (1)
Wat aardbei, pistache, framboos, vanille, kokosnoot, banaan, perzik, mango, witloof, bloemkool, cayennepeper, saliezout en sassafras gemeenschappelijk hebben? Dat ze als ijsjesmaak allemaal te verkiezen zijn boven de aanvriezende aroma’s die Eli Roth serveert in zijn opzettelijk gore Ice Cream Man.
Een film die zijn titel leent van een niet-gerelateerde videohorrorprent uit 1995 en bewust teruggrijpt naar de videonasties van weleer. En die goedkoop en in eigen beheer werd gedraaid. Nadat Roth zijn videospeladaptatie Borderlands mismeesterd zag door de distributeur en verplicht was om een harde R-rating op te offeren voor een familievriendelijk alternatief, deed hij ditmaal resoluut zijn bottebijlzin zonder bemoeienissen van bovenaf. Bij wijze van protest passeerde hij zelfs niet bij de vingerwijzende leeftijdkeuringsdienst.
In een suburbiaans gehucht offreert een stilzwijgende ijsjesverkoper met een opzichtige grijns zijn lekkernijwaren aan alle kinderen – en dat zijn er nogal wat. Die veranderen daardoor in een moordzuchtige zombiemeute die vervolgens alle volwassenen – en dat zijn er ook nogal wat – in de buurt afslacht. Een onderliggende metafoor of thematiek – tenzij eentje van het zesendertigste knoopsgat – hoef je niet te zoeken in deze aan alles lak hebbende knipoog naar kinderklassiekers als Village of the Damned en Who Can Kill a Child. Verder dan een opzichtige ‘kijk eens wat ik durf’-teneur komt Roth niet. Kinderen laten touwtjesspringen met menselijke darmen bijvoorbeeld, of – in wat de meest blatante scène is – hen de hersenen van een slachtoffer te laten uitscheppen met een ijslepel. Roth doet zichtbaar zijn best om Damien Leones Terrifier-franchise bij te benen.
Het lef en de durf waarmee hij piepkeduik speelt zou genoeg moeten zijn om elke liefhebber van gore excessen horlepiepend te laten groeven, en er zullen er ongetwijfeld zijn die dat zullen doen. Zeker zij die geen nood hebben aan nieuwerwetse wetmatigheden en voluit willen gaan voor ongefilterde stoutigheid. Een beetje zoals Troma dat vroeger deed: foei foei zijn omdat het mag in een bewust recalcitrant bijna tekenfilmmatig universum.
Meer dan bloederige en uiteindelijk in herhaling vallende splatstickoverkill heeft Roth niet in de aanbieding. In de hoop het narratief toch nog wat sluitend te maken komt hij in de slotakte op de proppen met een priester en een dodenbezweerder: graag geziene gasten in de hoogdagen van videoviezigheid. Is de hakketakmanier waarop hij hun aanwezigheid integreert bewust een ‘ach, het steekt niet zo nauw’-aanpak of is het toch omdat hij weinig voeling heeft met een logische (spannings)opbouw. Of is het een combo van de twee?
Wat er ook van zij, aanschuiven aan Roths kreemkar is enkel aan te bevelen als je lak hebt aan elke vorm van narratieve spankracht en likkebaardend opgetogen bent omdat het bloed bij beken stroomt. Voor ieder ander is het wachten tot de appelflapkar of fruitopeenstokjecaravan passeert.
| 07-08-2026 | Plaats 8 | $ 2.010.000 |