L'étreinte
acteur/actrice (4)
regisseur (2)
Gevormde volwassenen. Daaruit bestond eind jaren zestig tot een stuk in de jaren zeventig de doelgroep voor deze L’Etreinte – zich in het Nederlands vlot laten vertalend als De omhelzing. Tenminste, zo stond die doelgroep destijds omschreven op de filmpagina’s in kranten en in toenmalige filmtijdschriften, Film & Televisie op kop.
En blijkbaar konden zelfs gevormde volwassenen de film niet zomaar zien. Het Antwerpse provinciebestuur vond de film immers te aanstootgevend en verbood de vertoning op het Filmfestival van Antwerpen in het voorjaar van 1969. Waarop het festival en alle aanwezige Belgische cineasten beslisten om dan maar geen enkele van de geselecteerde Belgische films te vertonen, op een Asterix-tekenfilm na. Bij Toutatis. Door het verbod en de controverse kreeg L’Etreinte pas veel later dan gepland een officiële release in de zalen, en dan initieel ook nog in een vrij zwaar gecensureerde versie waarin onder meer allusies op vrouwenliefde en weinig koosjer familiaal seksverkeer op de snijtafel belandden. En dat allemaal voor en in een psychologische zedenschets – nog een term uit de kranten van destijds – die door het provinciebestuur werd geconcipieerd als een moreel verwerpelijke film met een ongezonde nadruk op vleselijke (on)lusten. In Nederland liep de film trouwens wel zonder coupures in de zalen.
Een schandaalfilm dus, en het is altijd interessant om die in het licht van de geschiedenis en het vervlieden van de tijd tegen de lamp te houden. Het duo Paul Collet en Pierre Drouot had zich in 1967 al laten opmerken met het jeugdige, semi-experimentele en voor die tijd in ons land vernieuwende en baldadige Cash? Cash! Die film viel ook buiten België op en het duo kreeg Franse fondsen toegeschoven voor hun opvolger. En dat werd deze L’Etreinte, een nauwelijks verholen herinterpretatie van Pauline Réages baanbrekende uit 1954 stammende (schandaal)roman L’Histoire D’O die zich laat lezen als een ooggetuigenverslag over seksuele en erotische dominantie en submissie.
Collet en Drouot verankerden de Marquis de Sade-achtige thematiek met beide voeten vooruit in de grootburgerij van eind jaren zestig, niet meteen in Vlaamse achtertuinen of knollenvelden maar wel in statige herenhuizen bij het intellectuele stadsvolk. Of toch minstens in een huis ervan. In dat van playboy, rijke kwiet en al bij al weinig sympathieke Michel (Daniel Vigo) om precies te zijn. Geen gebrek aan vrouwvolk om met hem tussen de lakens te rollebollen, en toch raakt hij wat van slag wanneer zijn nieuwe gouvernante niet de verwachte moederfiguur blijkt te zijn maar een jonge, schuchtere en heel onderdanige jonge meid (Nathalie Vernier) die eigenlijk Gisèle heet maar die hij ‘Oe’ noemt. Of ‘Ou’. ‘t Is maar waar je de klemtoon legt. Michel vindt het fijn om Gisèles seksuele terughoudendheid te breken en haar meester te zijn in erotische spelletjes waarbij ook al eens een stuk marmer wordt afgelikt met de tong in plaats van het te boenen met Spic & Span uit de toenmalige Sarma. Maar wie het laatst lacht etc. want als puntje bij paaltje komt blijkt Oe mentaal sterker te zijn dan Michel en ontmaskert ze hem – na een lesbische uitspatting met een van zijn vriendinnen – als ruggengraatloze hypocriet. Want zo gaat dat in psychologische zedenschetsen.
Voor alle duidelijkheid: L’Etreinte is geen pornofilm. Het vele rollebollen tussen Michel en Oe en andere passanten wordt vrij gestileerd in beeld gebracht maar was voor die tijd wis en waarachtig open en bloot. Zeker voor een Belgische film. Al lieten Collet en Drouot zich niet binden door nationale prikkeldraad: met opvolger Een woord van liefde draaiden ze drie jaar later zelfs een film over polygamie. Maar dat is een ander verhaal.
Zelfs zonder de controverse en de verhitte debatten die de kop opstaken door de politieke hakbijl waar L’Etreinte mee te maken kreeg, blijft deze film overeind als een bij tijd en wijlen fascinerend tijdsbubbelkooksel. Of het een goede film is? De centrale relatie tussen Michel en Gisèle is in even grote mate saai als intrigerend en na een tijdje heb je het spel tussen aantrekken en afstoten wel gezien. Maar het zorgt wel voor een boeiende evenwichtsperceptie. Want Collet en Drouot mogen dan wel zonder filter erotiserende macht en seksuele beleving onder de aandacht brengen, ze zetten de kat natuurlijk wel bij de melk door die psychologie in te bedden in heel veel beelden van het minnespel. En dat was eind jaren zestig zeker geen evidentie, zo bleek dus.
Baanbrekend is L’Etreinte wis en waarachtig. En er gaat ook een welhaast ongrijpbare mystiek van uit, alleen al door het feit dat de centrale acteur en actrices geen echte filmcarrière zouden uitbouwen en daardoor een beetje mysterieus bleven: Vigo was vooral een theateracteur en Vernier werd toevallig opgemerkt in het straatbeeld. Evenzeer Barabassiaans is de aankleding van Michels huis waarin late jarenzestig- en vroege jarenzeventigkitsch weten te strelen en te aaien in een vormelijk en kleurrijk duel. Of hoe iets wat destijds de normaalste zaak van de wereld was zoveel jaren later voor een nostalgische en zelf maatschappelijke meerwaarde zorgt. Al kan er zoveel jaren later ook wel sociologisch gedebatteerd worden over de ‘een paar kletsen kunt ge krijgen’-teneur van de manier waarop Michel zich laat (be)dienen in deze prent.
Blijft natuurlijk de vraag of er binnen de relatie tussen Em en Oe ook nog ruimte was om samen gezellig opeengefrommeld naar Binnen en buiten, Bonanza of Mannix te kijken tussen de poriegymnastiek door. Vragen, ze zijn er om een antwoord te krijgen. Of toch minstens om ze te stellen.