Sing Street
verdeler
acteur/actrice (15)
regisseur (1)
producent (1)
uitvoerend producent (4)
director of photography (1)
beeldmonteur (2)
kostuumontwerper (1)
componist (1)
Naar het schijnt is John Carney op een onbewaakt moment ooit eens betrapt op het neuriën van Music, John Miles’ faux classic. Niet te verwonderen, daar de Ierse cineast niet kan verbergen dat muziek zijn eerste liefde was. Niet alleen kent hij de (Ierse) muziekscene van binnen en van buiten, begin jaren negentig was hij ook bassist bij de inmiddels ter ziele gegane/in winterslaap verkerende prachtband The Frames. Dusver telt zijn cv drie titels die evenveel (en misschien zelfs meer) passie voor muziek uitademen dan voor film.
In 2006 ontlokte hij met Once de zinsnede de beste pelliculeromance sinds Lady en haar Tramp een spaghettisliert deelden aan deze fijne filmsite, en dat gevoel overheerst tien jaar later nog steeds. Zeker nu deze Sing Street de bevestiging van Carneys talent is. Twee jaar terug draaide hij het ook al muzikaal gedreven Begin Again, maar die was net iets minder sterk, al dan niet vanwege een te groot Maroon 5-gehalte.
Sing Street is een semi-autobiografisch verhaal, anno 1985 grotendeels gesitueerd op de in 1864 opgerichte katholieke school Synge Street CBS in Dublin. Een school waar Carney echt school liep, en die nu nog steeds bestaat. Een ideaal decor voor een opgroeiverhaal over de vijftienjarige Dubliner Conor (de debuterende Ferdia Walsh-Peelo) die thuis opgescheept zit met een vader en een moeder die op het punt staan te scheiden, en soelaas vindt bij een oudere broer die hem wegwijs maakt in de wonderlijke wereld van eightiesmuziek. Hij wordt naar Synge Street gestuurd omdat de school daar goedkoper is dan de Jezuïetenschool, en vindt er wonderwel zijn draai. Twee redenen daarvoor: zijn liefde voor muziek die hem doet besluiten een band op te richten en zijn cupidodrang naar de (onbereikbare) Raphina (Lucy Boynton in een nagenoeg perfecte incarnatie van eender welke kinschrapende tienerjongenscrush).
Meer plot is er eigenlijk niet in wat zich gemakkelijkheidshalve laat omschrijven als een miniversie van Roddy Doyles en Alan Parkers ook al in Dublin gesitueerde The Commitments. Wie die twee films vergelijkt zal waarschijnlijk concluderen dat Parker het met vlag en wimpel haalt, maar dat doet niets af aan de zachte en zoete charme van Sing Street.
Wat ook helpt om Sing Street met tweeduizend armen te omarmen: het frisse spel van de onbekende gezichten, en een meer dan prima soundtrack bij elkaar gepend door Carney en Gary Clark. Gary wie? Clark, en die man was in de jaren tachtig het boegbeeld van de groep Danny Wilson waarvoor hij de oorwormen Mary’s Prayer en The Second Summer of Love zong en componeerde, en hier mag bewijzen dat hij zijn oor voor goede composities nog niet heeft verloren. Daarnaast zijn er nog de midjarentachtigklassiekers die de rest van de klankband kleuren, met plaats voor onder meer Motörhead, Duran Duran, The Clash, The Cure, Flash And The Pan, Genesis, Joe Jackson, The Jam, Spandau Ballet, Hall & Oates en M. En daarbij nog een dossis Back to the Future als taart onder de kers.
Sing Street is een film die drijft op passie en positivisme – en je moet al een uit de mand gevallen zuurpruim zijn om hier iets negatiefs over te zeggen. Schuif De premier en Doctor Strange (al dan niet voorlopig) aan de kant en schraap je zuurverdiende of bij elkaar gebedelde euro’s bij elkaar voor een retourtje naar deze vertederende film. De goden van het witte doek zullen je er dankbaar voor zijn.