Whistle
verdeler
acteur/actrice (9)
regisseur (1)
producent (4)
uitvoerend producent (17)
director of photography (1)
scenarist (1)
beeldmonteur (1)
productieontwerper (1)
kostuumontwerper (1)
Tarotkaarten. Een ouijabord. Een videocassette. Een spiegel. Een muntstuk. Een ongewassen onderbroek. Geen gebrek aan voorwerpen die in de rijke horrorgeschiedenis het startpunt zijn van een dodelijke doorgeefvloek.
In Whistle is het ook van dattum. Het te mijden object in kwestie: een Azteekse dodenfluit. Nu zou je denken dat het bij die woordencombinatie van meet af aan duidelijk is dat je dit doodskopvormig artefact best niet in de mond neemt, maar dat is nou net wat de tieners in deze prent wel doen. Even blazen op de fascinerende fluit en tadaa … vervolgens krijgen ze allemaal de dood op bezoek. Niet in de vorm van de overkapte Hein met zijn zeis, maar in de vorm van hun eigen stervende ik. Ze versnellen met andere woorden hun levenseinde door de dood zelf uit te nodigen – en die slaat naar het schijnt niet graag een invitatie af. De getverdemmese paljas.
Iets nieuws onder de horrorvloekenzon? Niet echt. En dat merk je eraan. Het ganse vloekobjectenverhaal is warrig uitgewerkt: de fluit is er gewoon, en de voorgeschiedenis wordt in een scène afgehaspeld door iemand die er al vroeger mee in contact is gekomen. Cliché-er kan het niet. Laat staan clichématiger. Regisseur Corin Hardy doet zijn best om de sterfscènes gevarieerd te houden: de ene keer glijdt een bejaarde demon langs, de andere keer ben je getuige van een slachtoffer dat in stukken wordt gereten. Helaas zorgt deze mengelmoes van met CGI opgepoetste praktische effecten voor weinig animo, omdat de prent vrij duidelijk uit het vaatje tapt waar eerdere kiekeboevloekfilms – en het ganse Conjuringverse – aan het gisten waren. Een verse waarin Hardy in 2018 even halt hield met The Nun. Ook dat was geen hoogvlieger, maar de visuele omkadering van een Roemeens klooster zorgde daar wel voor beter en meer geïnspireerd locatiewerk. Hier moet je het doen met een kermisscène – eveneens been there done that in het horrorgenre – campuslokalen en een verlaten fabriek.
In een poging alles wat meer diepgang te geven, krijgen de tieners op de voorgrond ook een trauma of issue mee. Zij die houden van relativerende humor zoeken hun fluitkruid best ergens anders. Hardy en scenarist Owen Egerton – zelf actief als horrorauteur en -regisseur – zagen Whistle naar eigen zeggen als een donkere meditatie over angst en het onvermijdelijke levenseinde, maar veel rozijnen krijgen ze daarmee niet in hun brood. Zodra de personages zijn geïntroduceerd en de banale platitudes zich beginnen op te stapelen – ergens na het eerste halfuur zal dat ongeveer zijn – verliest Whistle in sneltreinvaart meer stoom dan een verkalkt bubbelbad. Inventiviteit des kijkers is nodig om in deze kledder een origineel idee te spotten. Zeker omdat je aan het eind nog een scheut Flatliners in de schoot krijgt geworpen.
Nieuwsgierigheid doodde de kat, herhaling de muis. Kleine kans dat je tijdens de climax een piep uit het schotelhuis zal horen komen.
| 06-02-2026 | Plaats 15 | $ 705.080 |