The New Kids
regisseur (1)
Met Friday the 13th lag Sean S. Cunningham mee aan de basis voor de splatter craze die in de jaren tachtig het horrorlandschap kleurde, met The New Kids toonde hij zich eerder een meeloper. Hier en daar zijn er weliswaar sporen te vinden van het nihilisme dat hij samen met Wes Craven omarmde in het geruchtmakende The Last House on the Left, toch is dit in de eerste plaats een weinig verrassingen biedende variante op ander ‘sadistische tieners op het martelpad’-vigilantespul zoals Class of 1984 en Savage Streets.
Opvallend is dat Cunningham het gorematig vrij beschaafd houdt, daarmee ook het onderliggende sadisme van de prent ietwat indijkend. Vreemd genoeg krijgen dieren het on-screen harder te verduren dan de menselijke personages. Raar voor een Amerikaanse film die door een majorstudio is verdeeld. Zij het in heel gelimiteerde distributie, wat meteen ook verklaart waarom de prent geen noemenswaardige recette bij elkaar wist te sprokkelen toen hij in de zalen verscheen.
De plot is meegeschreven door toekomstig regisseur Stephen Gyllenhaal – meteen ook de vader van toekomstige acteurs Jake en Maggie Gyllenhaal – en verhaalt over twee tieners – vertolkt door Lori Loughlin en Shannon Presby in zijn enige rol in een bioscoopprent – die na de dood van hun ouders verhuizen naar het domein van hun oom in Florida. Niet zomaar een domein, want de man baat er een ietwat verloederd pretpark uit. Loughlin en Presby steken met graagte de handen uit de mouwen om hem te helpen, maar ze komen in het kruisvuur te liggen van de plaatselijke sadistische pestkoppenbrigade onder leiding van James Spader in albino-outfit. Kleine pesterijen die uiteindelijk culmineren in moord en doodslag en een licht naar exploitatie neigende climax op de pretparktuigen.
Het feit dat Loughlin en Presby door hun vader – Tom Atkins in een bijrol van drie minuten – militair werden opgevoed maakt het logisch dat de twee sterk van zich kunnen afbijten. En verklaart ook de alternatieve titel Striking Back. Cunningham voegt niets nieuws toe aan het vigilantegenre, maar zorgde toch voor een hybride die in de reeks ‘amusante jarentachtigpulp’ overeind blijft binnen zijn eigen beperkingen. Al hielp het toeval ook een handje: zo kon niemand hier aan de hand van Spaders Z-vertolking vermoeden dat de man ging uitgroeien tot een bonafide ster. En door de wimpy vertolking van Eric Stoltz in het jaar dat hij ontslagen werd op de set van Back to the Future krijgen we een idee hoe Marty McFly er met ros haar kon hebben uitgezien.