Igby Goes Down

Gewoon
Igby Goes Down

verdeler

Paradiso
2002
03/09/2003
langspeelfilm
97 minuten
drama

acteur/actrice (10)

Jeff Goldblum Jeff Goldblum →  D.H. Banes
Claire Danes Claire Danes →  Sookie Sapperstein
Susan Sarandon Susan Sarandon →  Mimi Slocumb
Bill Pullman Bill Pullman →  Jason Slocumb
Jared Harris Jared Harris →  Russel
Amanda Peet Amanda Peet →  Rachel
Ryan Philippe Ryan Phillippe →  Oliver “Ollie” Slocumb
Rory Culkin Rory Culkin →  Igby op 10-jarige leeftijd
Kieran Culkin →  Jason 'Igby' Slocumb Jr.
Peter Anthony Tambakis →  Oliver op 13-jarige leeftijd

regisseur (1)

Burr Steers

producent (2)

Lisa Tornell
Marco Weber
Igby Goes Down

Tijdens een film voortdurend literaire referenties ontdekken. Een raar gevoel dat pertinent op de voorgrond kronkelde bij Igby Goes Down. Uiteindelijk niet zo verwonderlijk eens de achtergrond van debutant Burr Steers zich openbaart. De ambitieuze man stamt immers af uit een rijke familie (hij is een neef van Jackie Onassis) waar ook de auteur Gore Vidal deel van uitmaakt. Burr Steers ontwierp het verhaal van Igby in eerste instantie als een novelle, maar werkte het uiteindelijk toch als film uit. Indien het een boek was gebleven waren de vergelijkingen met Douglas Coupland, Brett Easton Ellis en (vooral) J.D. Salingers Catcher In The Rye vast niet uit de lucht geweest. Igby (Kieran Culkin) leunt ontzettend dicht aan bij Holden Caulfield, het rebellerende hoofdpersonage uit het bekendste boek van cultauteur J.D. Salinger. Hij heeft lak aan zijn familie en aan gezag, en daar hij met intellectuele bagage is uitgerust (en nooit om cash verlegen zit), heeft hij het niet zo moeilijk om zich te bezondigen aan alles wat leuk is en niet mag. Zijn oudere broer Ollie (Ryan Philippe) loopt wel in het gareel en speelt het selfmade-spelletje louter mee voor de materialistische voordelen ervan. Eigenlijk is het niet zo eenvoudig uit te vissen of Igby zo geboren is of dat zijn familie en de omstandigheden hem zo hebben gemaakt. Zijn ouders zijn alvast compleet geschift en neurotisch. Vaderlief (Bill Pullman) belandt in een psychiatrische instelling en moedervijand Mimi (Susan Sarandon) stuurt hem naar een militaire school teneinde de opstandige zoon in het gareel te kunnen houden. Igby ontspringt echter steeds de dans en komt tijdens zijn avonturen in New York in contact met weirdo's van verschillende pluimage zoals zijn peetoom D.H. Banes (Jeff Goldblum) en diens maîtresse, de rondzwalpende would-be danseres Rachel (Amanda Peet). De enige die hij een beetje als zijn gelijke gaat beschouwen is de vrijgevochten Sookie Sapperstein (Claire Danes in yummm-vorm). Een sprookje dat uiteindelijk de finish niet haalt, waardoor het de bizarre sterfwens van zijn moeder is die Igby echt de kans zal geven zijn vleugels uit te slaan.

Igby Goes Down

Burr Steers teert voor een groot deel op zijn persoonlijke herinneringen. De manier waarop onsamenhangende nouveau-riche-families met elkaar omgaan. Of het belang van kunst als expressievorm, ook als je niet echt weet wat er mee te doen. Burr Steers was vooraleer te schrijven (hij schreef ook het scenario van het recente How To Lose A Guy In 10 Days) en te regisseren immers ook aspirant-acteur, en versierde zo onder meer kleine rolletjes in Reservoir Dogs en Pulp Fiction. Voor zijn regiedebuut wordt hij in niet geringe mate geholpen door de gediversifieerde en boeiende cast. Niet dat Sarandon, Pullman, Goldblum of de rest potten breken (daarvoor zijn hun rollen toch wat te bizar), het is leuk om ze allemaal samen te zien in een film. Kieran Culkin bevestigt intussen dat hij zich een volwassen rol kan toeëigenen, waardoor het er meer en meer gaat uitzien dat zijn vetbetaalde broer Macauley eigenlijk degene was met het minste acteertalent. Alhoewel dat voor interpretatie vatbaar is daar vader Culkin er immers nogal de tirannieke vijs ophield. De Culkin-telg zal zich dus ook zelf kunnen inbeelden hoe zijn personage Igby zich overeind probeert te houden tussen bizarre familieleden.

Igby Goes Down

Steers schopt lekker sarcastisch om zich heen, helaas niet altijd even doelmatig. Sommige scènes en dialogen zijn grandioos (het gros van de dialogen tussen Igby en Sookie, de scènes waarin Igby drugkoerier is,…), maar één en ander wordt toch wel genekt door een paar verhaalkronkels die niet echt bekoren. Na een tijd krijg je bovendien het gevoel dat Steers veel in herhaling valt : is het niet geld dat vele deuren opent, het zijn drugs. Dat macht en rijkdom ook niet alles zijn in het leven is niet verrassend de onderliggende moraal. Feit blijft wel dat de kijker niet altijd tijd krijgt om vrijuit de scènes die ongeschonden de eindstreep halen te savoureren. Misschien had Steers zijn verhaal beter nog een jaartje laten rijpen.

Alex De Rouck